Woondeals schieten tekort: slechts 11% van de regio’s haalt bouwdoelen

17 maart 2025

Woningbouw blijft achter bij ambitieuze doelstellingen

Waarom we moeten blijven bouwen binnen de stadsgrenzenDe woningbouwdoelstellingen uit de Woondeals zijn in 2024 opnieuw niet gehaald. Sterker nog, het aantal regio’s dat de afgesproken aantallen woningen oplevert, is verder gedaald. Waar in 2023 nog 31% van de woondealregio’s hun bouwdoel behaalde, was dat vorig jaar slechts 11%.

De Woondeals, geïnitieerd door voormalig minister Hugo de Jonge, moesten de woningbouw stimuleren met concrete afspraken tussen het Rijk, provincies, gemeenten en marktpartijen. Doel was om tegen 2030 bijna een miljoen nieuwe woningen te realiseren. In 2024 zouden er volgens deze plannen 124.000 huizen gebouwd moeten worden. In werkelijkheid bleef de teller steken op 82.000, slechts 66% van het beoogde aantal.

Steeds meer regio’s halen de doelen niet

De problemen in de woningbouw breiden zich als een olievlek uit over Nederland. Waar de achterstand eerst vooral in de Randstad zat, kampen nu ook andere regio’s, zoals Friesland en de Achterhoek, met tegenvallende bouwcijfers. In Leeuwarden bijvoorbeeld werden in 2024 slechts 436 van de geplande 500 woningen gerealiseerd, terwijl dat er in 2023 nog 915 waren.

Sommige regio’s kwamen nog redelijk in de buurt van hun doelstelling, zoals Eemsdelta (95%) en Arnhem-Nijmegen (94%). Maar in Midden-Holland bleef de woningbouw steken op slechts 41% van de geplande aantallen, waarmee het de slechtst presterende woondealregio is.

Twente als positieve uitzondering

Tegen de trend in presteerde Twente juist bovengemiddeld. De regio wist in 2023 al 80% meer woningen te bouwen dan gepland en herhaalde dat kunstje in 2024. Gemeenten als Hengelo en Enschede realiseerden elk ruim 600 nieuwe woningen, terwijl Wierden zelfs een nieuwbouwrecord vestigde met 255 woningen.

Volgens hoogleraar Hans Koster (Vrije Universiteit Amsterdam) heeft Twente een voordeel ten opzichte van de Randstad: er is meer ruimte beschikbaar, minder juridische obstakels en woningbouw draagt daar direct bij aan economische groei en werkgelegenheid.

Economische factoren en vergunningen blijven bottleneck

Het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) wijst in de Staat van de Volkshuisvesting 2024 op gestegen rentes, dalende bouwvergunningen en ambtelijke tekorten als belangrijke oorzaken van de achterblijvende woningbouw. Daarnaast duurt het ontwikkelen van nieuwe bouwlocaties vaak jaren, zeker bij binnenstedelijke verdichting.

Volgens Taco van Hoek (Economisch Instituut voor de Bouw) zou de woningbouw sneller kunnen groeien als meer landbouwgrond beschikbaar wordt gesteld. Ook het ‘straatje erbij’-principe, waarbij kleinschalige woningbouw aan dorpsranden wordt gestimuleerd, kan helpen. Dit zou volgens hem jaarlijks 20.000 tot 25.000 extra woningen kunnen opleveren.

Vooruitblik: hoop op versnelling

Ondanks de tegenvallende resultaten blijft het ministerie optimistisch. VRO verwacht dat de woningbouw in de komende jaren aantrekt door dalende rentes en verbeterde financieringsmogelijkheden. Het kabinet trekt miljarden uit voor woningbouw, versnelt vergunningsprocedures en wijst nieuwe grootschalige bouwlocaties aan.

Of de Woondeals in hun huidige vorm nog houdbaar zijn, is de vraag. Vooralsnog lijkt het behalen van 100.000 nieuwe woningen per jaar een flinke uitdaging.

Bron: cobouw.nl