Woningprijzen stijgen weer: gemiddeld €451.000 voor een huis

20 februari 2025

Grote prijsstijging in 2024

Rabobank voorspelt verdere daling huizenprijzen in 2023Huizenkopers betaalden vorig jaar gemiddeld €451.000 voor een woning, een stijging van ruim 8% ten opzichte van het jaar ervoor. Dit markeert een duidelijke opleving na de lichte daling van 2023. De gemiddelde transactieprijs steeg met zo’n €35.000, waarmee de trend van de afgelopen tien jaar – waarin prijzen verdubbelden – wordt voortgezet. Dit blijkt uit cijfers van het CBS en het Kadaster.

Extreme prijsverschillen tussen gemeenten

Niet overal in Nederland is de woningmarkt even prijzig. Zo blijft Laren in Noord-Holland de duurste gemeente, met een gemiddelde woningprijs van maar liefst €1 miljoen. Ter vergelijking: in het Groningse Pekela kost een huis gemiddeld €250.400. Dit betekent dat woningen in Laren ruim vier keer zo duur zijn als in Pekela. Toch neemt het verschil tussen de duurste en goedkoopste gemeenten de laatste twee jaar iets af.

Waar stijgen en dalen de prijzen het hardst?

Opvallend is dat in zeven (voornamelijk kleinere) gemeenten de gemiddelde woningprijs in 2024 met meer dan 20% steeg. Tegelijkertijd zagen 25 gemeenten juist een daling van de huizenprijzen. De duurste woningen blijven zich concentreren in de noordelijke Randstad, met name rondom Amsterdam en in het Gooi. Aan de andere kant van het spectrum zijn de goedkoopste woningen nog steeds te vinden in Noordoost-Groningen, Zeeland en Zuid-Limburg.

Laren, Bloemendaal en Blaricum nog altijd aan kop

Hoewel de gemiddelde woningprijs in Laren, Bloemendaal en Blaricum vorig jaar iets daalde, blijven deze drie gemeenten de duurste van Nederland. Een miljoen euro voor een woning is hier de norm. Daarentegen behoudt Pekela zijn titel als goedkoopste gemeente, met prijzen die beduidend lager liggen dan elders in het land.

Bron: fd.nl