Waarom Nederlandse verhuurders het eigenlijk zo slecht nog niet hebben
31 maart 2025
Verhuurfrustraties en de realiteit
Wie op sociale media actief is, krijgt ongetwijfeld mee dat er flink gemopperd wordt door verhuurders. Nieuwe regelgeving, strengere huurwetten en marges die onder druk staan: de sector klinkt soms alsof het einde nabij is. Maar plaats je de Nederlandse situatie naast die van andere landen, dan blijkt het allemaal nogal mee te vallen. Journalist Senay Boztas noemt de Nederlandse huurmarkt zelfs een ‘ongereguleerd paradijs’.
De focus in het debat ligt vaak op huurprijzen, met name sinds de invoering van de Wet betaalbare huur. Tegelijk blijven andere belangrijke aspecten van fatsoenlijk wonen opvallend onderbelicht. En dat terwijl er internationaal wél strengere regels gelden op het gebied van veiligheid, onderhoud en verhuurverantwoordelijkheid.
Weinig regels, veel rendement
Nederland controleert nauwelijks op wat een huurwoning daadwerkelijk bewoonbaar maakt. Er zijn geen jaarlijkse veiligheidskeuringen, geen verplichte rookmelders die aan elkaar gekoppeld zijn, en legionellacontroles zijn niet standaard. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk, waar gemeenten verhuurders registreren en wetgeving huurders beter beschermt, is de Nederlandse verhuurpraktijk verrassend vrijblijvend.
Toch verkopen particuliere en professionele vastgoedbezitters massaal hun huurwoningen, met meer dan 20.000 verkochte panden in het laatste kwartaal van 2023. De toon in het publieke debat wordt steeds grimmiger, en beleidsmakers krijgen het zwaar te verduren. Ambtenaren worden zelfs op platforms als LinkedIn geconfronteerd met emotionele reacties, vooral vanuit de vastgoedhoek.
De internationale vergelijking
Nederland kent het grootste aandeel sociale huurwoningen van Europa. En hoewel de wachttijden inmiddels zorgwekkend zijn, blijft dat een indrukwekkende prestatie. Tegelijkertijd is het niveau van basiskwaliteit in de vrije huursector een ander verhaal. Internationals zijn verbaasd over het ontbreken van vloerbedekking, het gebruik van steile trappen en het gebrek aan isolatie of ventilatie in woningen van duizenden euro’s per maand.
In landen als het Verenigd Koninkrijk is het belastingmodel bovendien meer in balans. Verhuurders kunnen kosten zoals reparaties en beheerdiensten aftrekken van de belasting, en de heffing is gebaseerd op het werkelijke rendement. Dat stimuleert investeringen in onderhoud én voorkomt willekeur richting huurders. Een professional die borgsommen beheert en gebreken laat oplossen zonder discussie — dat klinkt velen hier als een utopie in de oren.
Fiscaal perspectief op vastgoedbelegging
De roep om een eerlijker belastingmodel klinkt ook in Nederland steeds luider. WOZ-waardes stuwen niet alleen de huren op, maar zorgen ook voor scheve belastingdruk. Door te kijken naar de relatieve grootte van woningen kan die ongelijkheid worden verminderd. En wie vastgoed bezit dat nu minder rendeert, heeft doorgaans al een mooie waardestijging achter de rug — zonder daarover vermogenswinstbelasting te betalen.
Sinds 2015 zijn de woningprijzen verdubbeld. In veel Europese landen wordt die winst deels afgeroomd via belastingen, maar in Nederland blijft de fiscus opvallend mild. Het resultaat: vastgoed blijft een aantrekkelijke investering, ondanks de huidige discussies over regulering.
Een gezamenlijke verantwoordelijkheid
Uiteindelijk hebben ook goedwillende verhuurders baat bij strengere controle en betere bescherming van huurders. Wanneer misstanden blijven voortbestaan, ontstaat er vanzelf druk op de overheid om met zwaardere maatregelen te komen, zoals verplichte verhuurdersregisters en hogere lasten. Transparantie en professionalisering zijn dan ook geen last, maar een manier om het vertrouwen in de sector te behouden.
Voor expats, die vaak het hardst worden geraakt door de onduidelijkheid op de markt, is betere voorlichting over hun rechten essentieel. En voor verhuurders geldt: wie vandaag investeert in fatsoenlijke woningen, investeert ook in de toekomst van de sector.
Bron: fd.nl