Stikstof of stenen? 40.000 woningen geschrapt, maar meeste bouwplannen kunnen door

3 april 2025

Beperkte impact stikstofregels op woningbouwproductie tot 2030

PBL Houd oog voor de toekomst bij het bouwen van woningenDe stikstofproblematiek blijft een hoofdpijndossier voor de woningbouw, maar het effect op het totale aantal te bouwen woningen lijkt minder desastreus dan eerder gevreesd. Volgens een recente studie van het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) kan zo’n 91 procent van de geplande nieuwbouwprojecten tot en met 2030 gewoon doorgaan, al dan niet met aanpassingen. Toch blijven de gevolgen voelbaar: 40.000 woningen zullen naar verwachting niet worden gerealiseerd, vooral door aangescherpte stikstofregels.

De meeste projecten die wel doorgaan, vereisen extra vergunningen of technische aanpassingen, zoals het inzetten van elektrische bouwmachines. Dat zorgt gemiddeld voor zes tot twaalf maanden vertraging per project en zo’n 600 miljoen euro aan extra kosten. Vertraging en ecologisch onderzoek tikken aan: alleen al het wachten op vergunningen kost per woning 42 euro per week.

Niet elk project is een stikstofdreiging

Het grote verschil tussen de EIB-analyse en eerdere schattingen — zoals die van Bouwend Nederland, die sprak over een verlies van 240.000 woningen — zit in de rekenmethode. Waar Bouwend Nederland alle projecten binnen een straal van vijf kilometer van een natuurgebied meetelde als ‘probleemgevallen’, keek het EIB naar werkelijke stikstofneerslag via het verplichte rekenmodel Aerius.

Daaruit blijkt dat bij 73 procent van de projecten de stikstofimpact binnen de norm blijft. Dat zijn vooral kleinere projecten dicht bij natuurgebieden en grotere projecten op grotere afstand. Nog eens 5 procent van de projecten kan doorgang vinden als er slimme aanpassingen worden gedaan, bijvoorbeeld door elektrificatie van materieel.

Einde intern salderen vergroot onzekerheid

Een extra complicatie is het recente verbod op ‘intern salderen’ — het hergebruiken van stikstofruimte van bijvoorbeeld gesloopte gebouwen. Voorheen kon de uitstoot van een oud gebouw worden verrekend met een nieuw project op dezelfde plek, maar sinds de uitspraak van de Raad van State eind 2023 is dat niet langer toegestaan. Daardoor zijn extra natuurvergunningen nodig en zijn projecten met zelfs minimale stikstofimpact op kwetsbare natuur ineens een stuk risicovoller geworden.

Voor een deel van de woningen, met name bij zwaar overbelaste gebieden zoals de Veluwe, lijkt een vergunning niet meer haalbaar. Volgens het EIB gaat het om ongeveer 10.000 woningen die om ecologische redenen definitief van de planning kunnen worden geschrapt.

Nieuwe stikstofnorm kan woningbouw lucht geven

Het EIB pleit voor het hanteren van een minder strikte stikstofgrens. Momenteel geldt een ondergrens van 0,005 mol per hectare per jaar — een haast onmeetbare hoeveelheid. Het kabinet overweegt nu een verhoging naar 1 mol, wat volgens de onderzoekers een groot verschil zou maken. Met deze norm zou 96 procent van de geplande woningen zonder extra vergunning of maatregelen gebouwd kunnen worden.

Volgens EIB-directeur Taco van Hoek is dit scenario “spectaculair en hoopgevend”. Elektrificatie en innovatie in de bouwsector helpen daar ook bij. Zo is de uitstoot van stikstofoxiden in Nederland in vijf jaar tijd met 30 procent gedaald, vooral dankzij de opkomst van elektrische voertuigen.

Zolang een gebalanceerde stikstofnorm ontbreekt, zullen vertragingen en kosten de bouwproductie blijven remmen. Maar de boodschap van het EIB is helder: met realistische normen en technische innovatie kunnen we het grootste deel van de woningbouwdoelen gewoon halen.

Bron: nrc.nl