Iedereen wacht op elkaar: waarom de energietransitie stokt
31 maart 2025
Oliebazen zeggen ‘ik zei het toch’
Het klonk bijna als satire, maar de boodschap van Saudi Aramco-topman Amin Nasser was bloedserieus: “De energietransitie is mislukt.” Tijdens ’s werelds grootste energiebeurs in Houston vergeleek hij de verduurzaming met een fantasieproject. Zijn boodschap: laten we vooral niet te snel afscheid nemen van fossiele brandstoffen.
Natuurlijk is het niet verrassend dat juist de grootste olieproducent ter wereld die boodschap verkondigt. Maar wat wél opvalt, is dat steeds meer andere partijen — van oliebedrijven tot overheden en zelfs duurzame energieproducenten — dezelfde richting lijken op te gaan. Niet omdat ze ineens van gedachten zijn veranderd, maar omdat de realiteit van kosten, technologie en draagvlak complexer blijkt dan gehoopt.
Terugkrabbelen en uitstellen
Bedrijven als BP en Shell maken een draai: ze trekken hun groene ambities deels in en geven toe dat hun verwachtingen te rooskleurig waren. En zelfs duurzame spelers staan onder druk. Windmolenbouwers, waterstofprojecten en batterijfabrieken kraken onder financiële problemen of zijn al omgevallen.
In Nederland staat de ooit zo succesvolle wind-op-zee-aanpak onder druk. Grote projecten lopen vertraging op of worden afgeblazen, CO₂-opslagprojecten worstelen en het stroomnet zit vol. Nieuwe woonwijken kunnen soms niet eens worden aangesloten. En ondertussen worden ‘tijdelijke’ pauzes in duurzaamheidsplannen eerder regel dan uitzondering.
De businesscase brokkelt af
Volgens experts als Paul Nillesen (PwC) is het grote probleem dat verduurzaming voor bedrijven steeds minder rendabel is. Hoge rente, inflatie, netwerkkosten en een tegenvallende vraag zorgen voor een verslechterende businesscase. Als het geen geld oplevert, wordt het lastig investeren — hoe groen de ambities ook zijn.
Veel sectoren wijzen naar elkaar. Industriebedrijven wachten tot hun klanten willen betalen voor duurzame producten. Die klanten wachten tot de overheid dwingende maatregelen neemt. En de overheid? Die aarzelt uit angst voor politieke averij of verkiezingsverlies. Resultaat: stilstand. Iedereen kijkt naar elkaar, niemand zet de eerste stap.
Van makkelijk naar moeilijk
Het eerste deel van de energietransitie — het ‘elektrische’ stuk — is grotendeels gelukt. Huishoudens, kantoren en lichte industrie zijn al deels overgestapt op wind- en zonnestroom. Maar nu komt het lastige deel: het moleculaire stuk. Gas, brandstoffen, hoge temperaturen in fabrieken en transport — daar zit de échte uitdaging.
Voor dit zwaardere werk bestaan de oplossingen nog niet op grote schaal. Denk aan waterstof, synthetische brandstoffen of elektrische alternatieven voor staal- en chemieproductie. Het vraagt om miljardeninvesteringen, lange adem en… vertrouwen dat de vraag volgt.
Politiek en publieke steun wankelen
Niet alleen bedrijven aarzelen. Ook politici worden voorzichtiger. De Green Deal in Europa is op pauze gezet, en zelfs Duitsland — lange tijd koploper — heeft honderden windprojecten stilgelegd. Wereldwijd blijven nieuwe klimaatplannen uit of zijn ze verwaterd. Veel landen mikken op technologische wonderen die er nog niet zijn.
In Nederland daalt het vertrouwen van burgers in klimaatbeleid. Uit de Nationale Monitor Energietransitie blijkt dat minder mensen bereid zijn om hun woning te verduurzamen. De bekende ‘klimaatmoeheid’ lijkt toe te slaan. Volgens gedragswetenschapper Reint Jan Renes is dat deels te wijten aan het negatieve, doemdenkende verhaal dat de overheid vertelt.
Verhaal van verlies of van behoud?
Renes pleit voor een andere benadering. Niet langer het beeld van inleveren en opofferen, maar van beschermen wat we hebben. Klimaatbeleid als antwoord op zorgen over energiezekerheid, overstromingen of economische instabiliteit. En vooral: de overheid moet het voortouw nemen en laten zien dat iedereen mee moet doen.
Mensen willen best veranderen, zegt Renes, maar alleen als ze zien dat anderen ook hun steentje bijdragen. Op dit moment zit iedereen in de wachtstand. Bedrijven wachten op consumenten, burgers op beleid, en de politiek op draagvlak. Maar met wachten alleen wordt het probleem groter.
Bron: nrc.nl